| Naam en ontwikkeling |
|
In geestelijk opzicht viel Urk onder het toezicht van het St. Odulphusklooster van Stavoren, dat later ook grondgebied op het eiland wist te verwerven.De heerschappij over Urk zou naderhand, zoals zal blijken, nog vele malen wijzigen Voor de naam van het eiland bestaat geen sluitende verklaring. Toch lijkt het begrip hoogte, dat wel als mogelijke betekenis is genoemd, een goede gissing te zijn. Etymologisch staat Urk naast Ork, wat onder meer inhoudt onhandelbaar, koppig, onverzettelijk, begrippen die in beeldende zin heel wel passen bij een uit het water oprijzende hoogte, gelijk een rots. Daarnaast is Urk als eiland ongetwijfeld steeds een toevluchtsoord geweest, hetgeen een rots in figuurlijke zin vanouds is. De genoemde betekenissen van ork kunnen overigens tevens karakteristiek zijn voor sommige wateren, hetgeen een verklaring zou kunnen zijn voor diverse ork-achtige riviernamen. Sedert de dertiende eeuw lieten de graven van Holland rechten op Urk gelden. De kloosters hadden het eiland niet meer in eigendom, Urk had nieuwe heren gekregen. Later zou het eiland nog een aantal malen al dan niet rechtmatig van eigenaar wisselen. In het jaar 1660 kwam Urk in het bezit van de stad Amsterdam. Aan Amsterdam en in het bijzonder aan burgemeester Nicolaas Witsen, heeft Urk veel te danken gehad. Als aangesteld ambachtsheer heeft hij met name veel gedaan om Urk tegen afkalving te behoeden. De belangstelling van Amsterdam voor Urk was een gevolg van de ligging van het eiland aan de drukke scheepvaartroute in de Zuiderzee. Het behouden van Urk bleek door het vele onderhoud aan de zeeweringen echter een kostbare zaak te zijn en op 4 april 1792 gaf Amsterdam met "lastig domein" terug aan de Staten van Holland als leenheren. In 1814 werd Urk een Noordhollandse gemeente. Bij Koninklijk Besluit van 22 juli 1825 kreeg de schout de titel van Burgemeester. Als op 28 mei 1932 de Afsluitdijk dicht gaat, houdt de Zuiderzee op te bestaat en wordt na zoveel eeuwen water bij Urk weer langzamerhand zoet. Urk krijgt in 1948, na het droogvallen van het nieuwe land in 1942, zijn eerste wegverbinding met de "vaste wal" en behoort vanaf 1950 tot de provincie Overijssel. Per 1 januari 1986 is het overgegaan naar de nieuwe provincie Flevoland. |














